Artikel 6 WVW: dood of letsel door schuld in het verkeer, schuldgradaties en straffen
Artikel 6 WVW (Wegenverkeerswet 1994) maakt het strafbaar om door eigen schuld een verkeersongeval te veroorzaken waarbij een ander overlijdt of letsel oploopt. De belangrijkste uitzondering: een ongeval met ernstige gevolgen betekent niet automatisch dat er sprake is van schuld, want de rechter kijkt naar uw rijgedrag en niet alleen naar de afloop.
Hieronder leest u wanneer de rechter schuld aanneemt, welke straffen de wet noemt en welke rol slachtoffers en nabestaanden hebben.
Wat verbiedt artikel 6 WVW precies?
Artikel 6 WVW verbiedt iedere verkeersdeelnemer zich zo te gedragen dat door zijn schuld een ongeval gebeurt waarbij een ander wordt gedood of letsel oploopt. Het artikel geldt dus ook voor fietsers en voetgangers, niet alleen voor automobilisten.
De wet noemt drie gevolgen. Een ander wordt gedood, een ander krijgt zwaar lichamelijk letsel, of een ander krijgt letsel waardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de normale bezigheden ontstaat. Zonder een van deze gevolgen is artikel 6 niet van toepassing. Gevaarlijk rijgedrag zonder ongeval valt onder andere artikelen, zie ons artikel over gevaarlijk rijgedrag en artikel 5 en 5a WVW.
Wanneer is er sprake van schuld?
Schuld betekent in artikel 6 WVW een verwijtbare, aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Een kleine fout of een moment van pech is daarvoor in beginsel niet genoeg.
De Hoge Raad heeft dit op 15 oktober 2024 opnieuw uitgelegd (ECLI:NL:HR:2024:1398). Of er schuld is, hangt af van het geheel van uw gedragingen, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden. De ernst van de gevolgen alleen is volgens de Hoge Raad onvoldoende om schuld aan te nemen.
Wel kan ook een kort moment van onoplettendheid genoeg zijn. Dat geldt volgens dezelfde uitspraak als de verkeerssituatie zoveel aandacht vroeg dat ook een korte onoplettendheid als zeer onvoorzichtig moet worden gezien. Denk aan een donkere provinciale weg met een bocht en een doorgetrokken streep.
Welke gradaties van schuld zijn er?
In de dagvaarding staat vaak dat u “roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig” hebt gereden. De rechter beoordeelt dan welke van deze gradaties bewezen is.
- Aanmerkelijk onvoorzichtig: de ondergrens. Daaronder is er geen schuld in de zin van artikel 6 WVW en volgt vrijspraak van dit feit.
- Zeer onvoorzichtig: een zwaardere mate van schuld, die meeweegt in de strafmaat maar het wettelijk strafmaximum niet verandert.
- Roekeloos: de zwaarste vorm van schuld, met een hoger strafmaximum volgens artikel 175 lid 2 WVW.
Het Openbaar Ministerie (OM) werkt in zijn Richtlijn voor strafvordering verkeersongevallen (2022R004) met eigen categorieën: aanmerkelijke schuld, ernstige schuld en een zeer hoge mate van schuld. Voor roekeloosheid geeft die richtlijn geen vast uitgangspunt, omdat het OM daar maatwerk levert.
Wanneer noemt de rechter rijgedrag roekeloos?
Roekeloosheid vraagt een buitengewoon onvoorzichtige gedraging die een zeer ernstig gevaar oplevert, waarvan u zich bewust was of had moeten zijn. Dat volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 15 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1405).
De Hoge Raad benadrukt dat roekeloosheid alleen in uitzonderlijke gevallen wordt aangenomen en dat de rechter dit goed moet motiveren. Daarnaast bepaalt artikel 175 lid 2 WVW sinds 1 januari 2020 dat roekeloosheid in elk geval aanwezig is als uw gedrag ook een overtreding van artikel 5a WVW oplevert. Dat is het opzettelijk en in ernstige mate schenden van verkeersregels, bijvoorbeeld door fors te hard rijden of gevaarlijk inhalen.
Welke straffen noemt de wet?
De strafmaxima staan in artikel 175 WVW en hangen af van het gevolg en de mate van schuld. Het gaat om de zwaarste straf die de rechter mag opleggen; in de praktijk ligt de straf meestal lager.
| Situatie | Maximale gevangenisstraf | Of maximale geldboete |
|---|---|---|
| Schuld, ander overleden | 3 jaar | vierde categorie (€ 27.500) |
| Schuld, ander gewond | 1 jaar en 6 maanden | vierde categorie (€ 27.500) |
| Roekeloos, ander overleden | 6 jaar | vijfde categorie (€ 110.000) |
| Roekeloos, ander gewond | 3 jaar | vierde categorie (€ 27.500) |
De boetebedragen zijn de bedragen van artikel 23 Wetboek van Strafrecht zoals die sinds 1 januari 2026 gelden. Een overtreding van artikel 6 WVW is een misdrijf volgens artikel 178 WVW, ook als u een fiets bestuurde.
Wanneer wordt de maximale straf verhoogd?
Volgens artikel 175 lid 3 WVW kan de gevangenisstraf met de helft worden verhoogd als u onder invloed van alcohol of drugs reed, of als u na het ongeval weigerde mee te werken aan een blaas-, bloed- of speekseltest. Een roekeloos veroorzaakt dodelijk ongeval onder invloed kan zo tot 9 jaar gevangenisstraf leiden.
Fors te hard rijden, bumperkleven, geen voorrang verlenen en gevaarlijk inhalen waren tot 1 januari 2020 aparte verhogingsgronden. Die zijn geschrapt; zulk gedrag telt nu mee via artikel 5a WVW en kan zo leiden tot roekeloosheid. Meer over de verplichting om mee te werken leest u op onze pagina over verplichtingen en meewerken aan onderzoek.
Hoe lang kan de rijontzegging duren?
Naast een straf kan de rechter u op grond van artikel 179 lid 1 WVW het recht ontzeggen om motorrijtuigen te besturen, voor ten hoogste 5 jaar. Pleegt u binnen 5 jaar na afloop van een eerdere ontzegging opnieuw zo’n feit, dan kan de ontzegging volgens artikel 179 lid 4 WVW tot 10 jaar duren.
De tijd waarin uw rijbewijs al was ingevorderd of ingehouden, gaat volgens artikel 179 lid 6 WVW volledig af van de ontzegging. Hoe dat in de praktijk werkt, leest u in ons artikel over de rijontzegging.
Wat eist het OM in de praktijk?
De OM-richtlijn 2022R004, van kracht sinds 1 januari 2023, geeft uitgangspunten per mate van schuld en per gevolg. Bij een dodelijk ongeval door aanmerkelijke schuld zonder alcohol of drugs is het uitgangspunt een taakstraf van 240 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 1 jaar.
Bij een zeer hoge mate van schuld met een dodelijke afloop is dat 8 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en 3 jaar rijontzegging. Alcohol, drugs, het weigeren van een test of het verlaten van de plaats van het ongeval verhogen het uitgangspunt. De rechter is niet aan de richtlijn gebonden en kijkt ook naar uw persoonlijke omstandigheden.
Geldt het taakstrafverbod bij artikel 6 WVW?
Bij een roekeloos veroorzaakt dodelijk ongeval mag de rechter geen kale taakstraf opleggen. Dat volgt uit artikel 22b lid 1 Wetboek van Strafrecht, omdat op dat feit 6 jaar of meer gevangenisstraf staat en het een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit oplevert.
Een taakstraf blijft dan alleen mogelijk in combinatie met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, zoals artikel 22b lid 3 Sr toestaat. Voor artikel 6 WVW zonder roekeloosheid geldt dit verbod niet, tenzij u in de vijf jaar ervoor al een taakstraf kreeg voor een soortgelijk misdrijf (artikel 22b lid 2 Sr). Zie ook ons artikel over de taakstraf in het verkeer.
Welke rol heeft het slachtoffer in de strafzaak?
Het slachtoffer en, bij overlijden, de nabestaanden hebben spreekrecht op de zitting. Artikel 51e Wetboek van Strafvordering noemt artikel 6 WVW uitdrukkelijk, ook al ligt het strafmaximum lager dan bij andere zaken met spreekrecht.
Wie wil spreken, meldt dit vóór de zitting schriftelijk bij de officier van justitie. Bij een overleden slachtoffer mogen in beginsel ten hoogste drie nabestaanden het woord voeren; de partner kan altijd spreken.
Daarnaast kan het slachtoffer zich volgens artikel 51f Sv als benadeelde partij voegen in de strafzaak met een vordering tot schadevergoeding. De strafrechter beslist dan ook over die vordering. Op de zitting hebt u dan ook te maken met de verklaring en de vordering van het slachtoffer.
Wat kunnen wij voor u doen bij een verdenking van artikel 6 WVW?
- Wij bespreken met u of en hoe u een verklaring aflegt bij de politie, ook voorafgaand aan het verhoor.
- Wij bestuderen het proces-verbaal, het rapport van de verkeersongevallenanalyse en eventuele camerabeelden.
- Wij beoordelen of de bewijsmiddelen de ten laste gelegde mate van schuld dragen, zoals roekeloosheid.
- Wij vragen zo nodig om aanvullend onderzoek of het horen van getuigen en deskundigen.
- Wij bereiden u voor op de zitting, inclusief de verklaring van het slachtoffer of de nabestaanden.
- Wij bepleiten een passende straf en rijontzegging, met aandacht voor uw persoonlijke situatie.
Samenvatting
- Artikel 6 WVW vereist een ongeval met dood of letsel en schuld: minimaal aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
- De ernst van de gevolgen bewijst op zichzelf geen schuld (Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2024:1398).
- Het strafmaximum loopt van 1 jaar en 6 maanden tot 6 jaar, en kan bij alcohol of drugs met de helft omhoog.
- De rijontzegging duurt maximaal 5 jaar, of 10 jaar bij herhaling binnen 5 jaar.
- Slachtoffers en nabestaanden hebben spreekrecht en kunnen zich voegen als benadeelde partij.
Veelgestelde vragen over artikel 6 WVW
Is een kort moment van onoplettendheid genoeg voor een veroordeling?
Dat kan, maar het is geen vaste regel. De Hoge Raad oordeelde in 2024 dat het afhangt van de verkeerssituatie: hoe meer die van u vroeg, hoe eerder een korte onoplettendheid als schuld kan gelden.
Wat is het verschil tussen schuld en roekeloosheid?
Schuld is aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Roekeloosheid is een buitengewoon onvoorzichtige gedraging met zeer ernstig gevaar, waarvan u zich bewust was of had moeten zijn. Bij roekeloosheid verdubbelt het strafmaximum.
Geldt artikel 6 WVW ook voor fietsers?
Ja, het artikel geldt voor iedere verkeersdeelnemer. Een rijontzegging volgens artikel 179 WVW kan alleen een bestuurder van een motorrijtuig krijgen.
Vragen over uw zaak?
Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat, via info@lawandmore.nl. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is.
Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

