Toezicht en opsporing

Er is een onderscheid tussen strafrechtelijke repressieve controle en bestuursrechtelijk toezicht.

De politie kan zowel belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde als met de handhaving van de openbare orde. In het geval van de Wegenverkeerswet is de politie zowel met het toezicht op de naleving van de bepalingen uit de Wegenverkeerswet belast als met de opsporing van de feiten die strafbaar zijn gesteld in de wet. Dat betekent dat ze controlebevoegdheden hebben ten aanzien van de vraag of personen met te veel drank op achter het stuur zijn gestapt. Daarnaast heeft ze dus ook opsporingsbevoegdheden gekregen in de Wegenverkeerswet.

Toezicht en opsporing

Zo mag de politie indien er sprake is van een verdenking dat u met een te hoog alcoholgehalte een voertuig bestuurt, een ademanalyse (of bloedtest) bevelen. Ze mag dus niet zonder enige aanleiding u uitkiezen en meenemen naar het bureau voor aan ademalcoholonderzoek. De politie mag wel bij een willekeurig voertuig ten aanzien waarvan zij een onderzoek wenst af te nemen, een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht uitvoeren, de zogenoemde blaastest. Ze mag de bestuurder daarvoor ook naar een andere plaats brengen. U moet hier medewerking aan verlenen (160 lid 4 WVW). En als uit dat voorlopige onderzoek komt dat u te veel gedronken heeft, dan is er wel sprake van een verdenking en mag een volledig alcoholonderzoek bevolen worden.

Het is dus wel van belang om achteraf te kijken of er wel gebruik is gemaakt van de juiste bevoegdheid en of die bevoegdheid rechtmatig is gebruikt. Als dat niet het geval is dan mag het onderzoek niet als bewijs worden gebruikt en dat zou kunnen leiden tot een vrijspraak.