Straffen & maatregelen

Politie

Politie

Indien tijdens een controle door middel van een ademanalyse of bloedtest blijkt, of bij afwezigheid van een onderzoek het ernstige vermoeden bestaat, dat er meer alcohol is gedronken dan toegestaan, zal de opsporingsambtenaar allereerst een proces-verbaal opmaken van het strafbare feit. Indien niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een strafbaar feit, dan maakt hij proces-verbaal op van hetgeen hij tijdens de opsporing heeft verricht of bevonden. U bent dan als bestuurder van een motorrijtuig verplicht uw rijbewijs af te geven aan de opsporingsambtenaar(art. 164 lid 1WVW). Hij mag deze ook invorderen indien uit onderzoek blijkt of er een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem meer dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht is of meer dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed is. Voor beginnende bestuurders kan dit al bij een alcoholgehalte dat hoger is dan 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of dat hoger is dan 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed.

Het rijbewijs kan dus alleen ingevorderd worden van bestuurders van motorvoertuigen en niet van fietsers! Daarna doet hij het proces-verbaal en uw ingevorderde rijbewijs onverwijld toekomen aan de officier van justitie. Het openbaar ministerie beslist vervolgens of het overgaat tot vervolging van de verdachte. (artikelen 152 en 156 Sv) De officier van justitie kan uw ingevorderde rijbewijs onder zich houden tot aan het moment dat de strafbeschikking onherroepelijk is geworden, de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging is verstreken. Binnen 10 dagen na de invordering moet hij van die bevoegdheid gebruik, maken anders dient deze onverwijld aan u terug te worden gegeven.

Daarnaast kan de politie voor sommige delicten uit de Wegenverkeerswet een bestuurlijke boete opleggen. Als u een bestuurlijke boete opgelegd hebt gekregen of een mededeling heeft ontvangen dat het voornemen bestaat u een bestuurlijke boete te geven, kunt u niet meer strafrechtelijk worden veroordeeld voor de overtreding of het misdrijf dat u begaan heeft. Zo een boete of mededeling kan volgens het una via-beginsel worden aangemerkt als een beslissing dat u niet verder vervolgd zal worden voor dat feit (artikel 243 lid 2 Sv). Omgekeerd kan aan u ook geen bestuurlijke boete opgelegd worden voor een feit waarvoor een strafvervolging is ingesteld en de terechtzitting is begonnen of een strafbeschikking is uitgevaardigd (artikel 5:44 Awb).

Volgens het una via-beginsel kan er dus niet tegelijkertijd een bestuursrechtelijke en een strafrechtelijke sanctie voor hetzelfde feit opgelegd worden. Deze regels gelden alleen wanneer er sprake is van een ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Indien het tijdens de eerste procedure een ‘criminal charge’ betreft dan is een tweede vervolging uitgesloten. (zie bijvoorbeeld: Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:237)

De delicten in verband met rijden onder invloed waarvoor de politie een bestuurlijke boete kan opleggen zijn de volgende. Voor het rijden onder invloed van alcohol en het gevaarlijk rijden onder invloed zonder dat letsel aan personen of zaken is toegebracht kan de politie bestuurlijke boetes opleggen. De politie hanteert bij de hoogte van de boete dezelfde richtlijnen als het OM. Die kunt u hier vinden.

Rechter

Rechter

Indien bewezen wordt dat er met te veel alcohol op gereden is dan kan uiteindelijk een gevangenisstraf van maximaal drie maanden of een boete van maximaal €8300,- worden opgelegd (voor misdrijven gepleegd voor 1 januari 2018 geldt een maximum van €6700,-) (artikel 176 lid 4 WVW).

Daarnaast kan die persoon ook de rijbevoegdheid worden ontzegd voor maximaal 5 jaren (artikel 179 lid 1 WVW). Dit is namelijk een bijkomende straf en die kan opgelegd worden naast de hoofdstraf (in dit geval een gevangenisstraf of een geldboete).

Eerdere veroordeling met rijontzegging

Indien een persoon veroordeeld wordt voor een gedraging als bedoeld in artikel 179 lid 1 WVW, waaronder het rijden onder invloed van meer alcohol dan toegestaan valt, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een van die feiten, daarbij is de rijbevoegdheid ontzegt en deze nieuwe veroordeling vindt plaats binnen vijf jaar na het eindigen van de periode van de eerdere rijontzegging, dan kan die persoon een rijontzegging van maximaal tien jaren worden opgelegd (art. 179 lid 4 WVW).

Dus als u eerder een rijontzegging heeft gehad vanwege een van de gedragingen uit artikel 179 lid 4 WVW en u wordt nu gepakt achter het stuur met te veel alcohol op dan is de maximale periode waarin u uw rijbevoegdheid kan verliezen, verdubbeld.

Combinatie straffen

Combinatie straffen

Als bestuurder van een voertuig moet u zich ook onthouden van gevaarlijk gedrag. Indien u gevaarlijk gedrag vertoont op de weg en u hebt een slok alcohol te veel op dan heeft u zowel een overtreding begaan als een misdrijf gepleegd. In dat geval kan aan u een hogere straf opgelegd worden. U kunt dan maximaal drie maanden gevangenisstraf krijgen of een geldboete van maximaal €8300,- en een hechtenis van maximaal 2 maanden (artikel 62 Sr). Dit geldt dus ook voor fietsers. Daarnaast geldt voor bestuurders van motorrijtuigen dat ze ook een rijontzegging opgelegd kunnen krijgen. Dit is een bijkomende straf die in dit geval naast de hoofdstraffen gevangenisstraf en hechtenis opgelegd kan worden. De duur van de rijontzegging is afhankelijk van de duur van de gevangenisstraf. Uitgaande van de maximale duur van 5 maanden (3 maanden gevangenisstraf en 2 maanden hechtenis) zal de rijontzegging minimaal 2,5 jaar en maximaal 5,5 jaar mogen duren. In het geval dat er als hoofdstraf alleen een geldboete opgelegd wordt, zal de rijontzegging minimaal 2 jaar en maximaal 5 jaar bedragen (art. 60 Sr).

Indien u als bestuurder van een voertuig niet alleen te veel alcohol op heeft, maar er tegelijkertijd door uw schuld een ongeluk veroorzaakt wordt waarbij een andere verkeersdeelnemer de dood vindt of lichamelijk letsel oploopt, dan geldt een zwaardere straf. Het feit dat uw alcoholgehalte te hoog was terwijl u het ongeluk veroorzaakte is namelijk een strafverzwarende omstandigheid. Wat ook als strafverzwarende omstandigheid wordt aangemerkt is het feit dat u geweigerd heeft mee te werken aan een alcoholonderzoek.

Wanneer het ongeval de dood tot gevolg heeft kunt u veroordeeld worden tot een gevangenisstraf van maximaal 4,5 jaar of een geldboete van maximaal €20.750,-. Als er lichamelijk letsel is ontstaan als gevolg van het ongeval dan kunt u een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar en 3 maanden opgelegd worden of een geldboete van maximaal €20.750,-. Ook dit geldt voor fietsers. Verder geldt ook in deze situatie dat er een rijontzegging kan worden opgelegd aan bestuurders van motorrijtuigen. Ook hier hangt de duur van de rijontzegging af van de (duur van de) opgelegde hoofdstraf. De rijontzegging zal uitgaande van de maximale duur van de gevangenisstraf minimaal 4 jaar en 3 maanden en maximaal 7 jaar en 3 maanden duren. In het geval van een geldboete als hoofdstraf zal de ontzegging van de rijbevoegdheid minimaal 2 jaar en maximaal 5 jaar duren.

Als u een ongeluk veroorzaakt met bovenstaande gevolgen wordt ook als een strafverzwarende omstandigheid aangemerkt het feit dat u heeft geweigerd mee te werken aan een alcoholonderzoek! Dan gaat het wel om de ademanalyse die slechts bij een verdachte kan worden uitgevoerd. Dus als ze bij u geen alcoholgehalte hebben kunnen vaststellen, omdat u weigerde dan wordt de opgelegde gevangenisstraf nog verhoogd met de helft.

Als u als fietser wordt veroordeeld dan kan u dus niet de rijbevoegdheid worden ontzegd. Verder dient opgemerkt te worden dat als uw rijbewijs ingevorderd is geweest, de duur van de invordering in mindering wordt gebracht op de opgelegde duur van de rijontzegging.

Maar ook speelt het feit dat u alcohol gedronken heeft mee bij de beantwoording van de vraag of er sprake van zodanig verkeersgedrag is dat een ongeval met dood of lichamelijk letsel tot gevolg aan uw schuld te wijten is (als bedoeld in artikel 6 WVW). Het feit dat er alcohol in het spel is, kan bijdragen aan de beoordeling dat er sprake is van schuld. Echter, alle omstandigheden van het geval moeten in acht worden genomen bij de beoordeling en het feit dat alcohol genuttigd is, is daar een van.

Daarnaast is er voor gevaar (kunnen) brengen op de weg of het (kunnen) hinderen van andere verkeersdeelnemers wel enige feitelijke handeling nodig die daarop wijst. Slechts het feit dat iemand alcohol gedronken heeft levert niet gevaarlijk gedrag op. Het feit dat iemand alcohol gedronken heeft, is daarom ook apart strafbaar gesteld omdat het een handeling is die grote risico’s met zich mee brengt. Bij de vraag of er gevaarlijk gedrag is of kan zijn moet gekeken worden naar het specifieke feitelijke rijgedrag en niet slechts naar het feit dat er alcohol in het spel is.

Weigering

Weigering

Wanneer u weigert om mee te werken aan de alcoholcontrole heeft dat verstrekkende gevolgen. Volgends de wet kan dan een maximale gevangenisstraf van 3 maanden of een geldboete van maximaal €8300,- worden opgelegd in combinatie met een rijontzegging van maximaal 5 jaren. In de praktijk wordt de weigering gelijkgesteld met een alcoholgehalte uit schaal 9. Dat is een alcoholgehalte van 866 t/m 945 microgram per liter uitgeademde lucht. Dat zou voor een automobilist of een motorrijder neerkomen op een boete van €1000,- en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 9 maanden.

Het weigeren mee te werken bij een bevel gegeven door een opsporingsambtenaar levert ook een opzichzelfstaand strafbaar feit op, tenzij de ambtenaar niet bevoegd was tot het geven van het bevel. Wanneer het bevel tot medewerking aan een voorlopig ademonderzoek wordt geweigerd dan bent u dus ook strafbaar. Op het weigeren gehoor te geven aan een ambtelijk bevel staat een maximale gevangenisstraf van 3 maanden of een geldboete van maximaal €4150,-.

Richtlijnen OM & rechtspraak

Als het Openbaar Ministerie van oordeel is dat vervolging plaats moet vinden zijn er twee mogelijkheden. Het OM kan een dagvaarding uitbrengen om u voor de rechter te brengen of het OM kan een strafbeschikking uitvaardigen. Een strafbeschikking houdt in dat het OM de zaak zelf behandelt en zelf straffen en maatregelen kan opleggen. Welke straffen en maatregelen zij op kan leggen en het maximum ervan is vastgelegd in de wet. Zo kan het OM ten aanzien van situaties van alcohol in het verkeer slechts een geldboete en een rijontzegging voor ten hoogste zes maanden opleggen. Ze kan dus geen gevangenisstraf opleggen.

Het is wel zo dat het OM richtlijnen heeft voor de hoogte en zwaarte van de straf. Deze is afhankelijk van het alcoholgehalte. Daarnaast wordt ook bij de straffen een onderscheid gemaakt tussen beginnende bestuurders en niet-beginnende bestuurders. Hier kunt u de richtlijnen vinden. Daarom zullen de maximale straffen slechts in uitzonderlijke gevallen opgelegd worden.

Binnen de rechtspraak zijn er ook afspraken gemaakt omtrent de toemeting van de straffen op de delicten van artikel 6 WVW en artikel 8 WVW, respectievelijk rijgedrag waardoor een ongeluk veroorzaakt wordt dat (ernstig) letsel of dood ten gevolge heeft en rijden onder invloed van alcohol. Voor die delicten zijn er dus richtlijnen aan de hand waarvan de rechters de straf bepalen. Die richtlijnen kunt u vinden onder de volgende link op de pagina’s 12 t/m 14: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Orientatiepunten-en-afspraken-LOVS.pdf

Het schema geeft de richtlijnen weer voor personen die het delict voor de eerste keer gepleegd hebben (de zogenoemde first offenders). Als we de richtlijnen van het OM vergelijken met die van de rechtspraak als we kijken naar de straftoemeting dan zien we dat het OM een strengere straftoemeting handhaaft dan de rechtspraak. In dit geval wordt klagen dus beloond, daarom is het altijd verstandig een advocaat in te schakelen. Law & More helpt u hier graag bij.

Maatregelen

Maatregelen

Het CBR kan ook verschillende maatregelen opleggen aan bestuurders van motorrijtuigen in het kader van rijden onder invloed. Er zijn vier verschillende soorten maatregelen die vooral van belang zijn: de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, de educatieve maatregel alcohol en verkeer, schorsing van de geldigheid van het rijbewijs en de ongeldigverklaring van het rijbewijs.

Het alcoholslotprogramma mag sinds 2016 niet meer opgelegd worden. Voor die tijd was het nog zo dat het alcoholslotprogramma als lichtere maatregel werd gezien. Het alternatief was namelijk het verliezen van het rijbewijs voor 5 jaar. Nu het alcoholslotprogramma is weggevallen…

Wanneer komt u in aanmerking voor welke maatregel?

Ervaren bestuurders

Een ademalcoholgehalte van (in microgram per liter uitgeademde lucht)Een bloedalcoholgehalte van (in promille)
Lichte educatieve maatregel350 t/m 4350,8 % t/m 1,0 %
Educatieve maatregel435 t/m 7851,0 % t/m 1,8 %
Schorsing geldigheid rijbewijs van bestuurders van motorrijtuigen785 of hoger1,8 % of hoger

Beginnende bestuurders

Een ademalcoholgehalte van (in microgram per liter uitgeademde lucht)Een bloedalcoholgehalte van (in promille)
Lichte educatieve maatregel220 t/m 3500,5 % t/m 0,8 %
Educatieve maatregel350 t/m 5700,8 % t/m 1,3 %
Schorsing geldigheid rijbewijs van bestuurders van motorrijtuigen570 of hoger1,3 % of hoger